Lagerstroemia

Lagerstroemia indica en speciosa.

 

Herkomst: Zuidoost Azië en Noord-Australie

Zone 8

lagerstroemia indica 1

    

 

                                                                          

lagerstoemia indica 2     lagerstroemia 3

                            Indica                                                   speciosa 

 

                        

 

                                                                                                                                                              

                              

Algemeen.

Lagerstroemia indica is een heester tot kleine boom die in veel landen met een mild klimaat tot zelfs de Oostkust van Kenia voorkomt en bij ons ook goed gedijt. Er worden doorgaans twee soorten aangeboden, L. indica en L. speciosa. De L. indica bloeit voornamelijk roze (soms ook wit, geel of rood.. De L. speciosa, rosé tot paars/blauw bloeit wat later, in augustus en september. Het zijn struiken tot kleine boom van 1 tot 3 meter. Hij kan enige vorst verdragen tot Max. -8 Celsius. Blad verliezend. Omdat de plant snoei goed verdraagt en op jonge scheuten bloeit, is het voor de Bonsai ook een geliefde plant. Op vallend zijn de gefranjerde bloemen met de gele meeldraden en heeft ook de stam ook sierwaarde. Oude planten laten ieder jaar hun bast los waardoor een glanzende kaneelbruine stam overblijft (de Plataan doet dit ook).

 

Verzorging.

De Lagerstroemia heeft graag een wat zware potgrond, bijvoorbeeld standaard Bonsaigrond vermengt met ¼ leem vermengd met kleine Hydro korrels of grof Kiryu, dus goed doorlatent en een goed gedraineerde pot/schaal. De planten hebben een hekel aan verstoring van de kluit. Ze moeten dan ook tijdig verpot worden zodra de pot te klein dreigt te worden, bijvoorbeeld om de 2 of 4 jaar. Zet ze op een zonnig beschutte plek. Normaal mesten met een organische mest (DCM Mix 2). Bij langdurig regenachtig weer moeten de bloeiende planten op een beschutte plek staan (dit geld voor alle bloeiende bomen/planten) ze zijn gevoelig voor de plantenziektes botrytis en meeldauw, die vooral toeslaan onder vochtige omstandigheden. Bij lange periode van vorst(lager dan – 6 a 8 ) en oosten wind in een koude ruimte zetten. Aangezien de plant in de winter al zijn blad verliest hoeft hij bij de overwintering niet licht te staan, en kan hij eventueel zelfs in een garage staan. In de zomer normaal gieten, in de winter spaarzaam. De kluit mag niet uitdrogen, maar er mag ook geen water in de pot of schotel blijven staan.

 

Snoei;

 

 Het beste aan het eind van de winter, voordat de knopvorming start.

Een andere snoeimethode is het laten groeien van de sterkste takken tot ongeveer …… lengte, en die ieder voorjaar tot de helft in te nemen. Dit zou de bloei bevorderen .

 

Ziekten en plagen:

 

Lagerstroemia is gevoelig voor botrytis en meeldauw. Botrytis (grauwe schimmel, botrytis kan zich aan het eind van de zomer opeens flink uitbreiden, vooral bij vochtig weer. Kenmerken zijn bruine vlekken op het blad, met later ook grijs schimmelpluis dat een deken vormt over vooral dode en afstervende plantendelen. Er zij middelen genoeg om dit te bestrijden. Het is belangrijk oude planten resten te verwijderen van het grondoppervlak daar schimmels hierop kunnen overwinteren. Het is herkenbaar aan zwarte plekjes op de takken, of als een kluwen van schimmeldraden in de grond of op de bladresten. Als het in de winter al aanwezig is in of rond de plant, kan het ook in het voorjaar al optreden in de jonge scheuten en bloemtrossen. (Dit geld voor alle bomen).  De struik zo open mogelijk houden, de grond rond de voet schoon en los houden, en zelfs het droog schudden van de plant na een regenbui of een mistige nacht kunnen helpen om de groei van de schimmel te verminderen. In geval van aantasting kan gespoten worden met bijvoorbeeld Bayer Microsulfo spuitzwavel. kijk dan even bij; Ziekten en plagen, Insecten en schimmels.

 

Herkenbaarheid van meeldauw

Echte meeldauw (Uncinula necator) is herkenbaar aan het ontstaan van lichtgele vlekken op het blad, waarna zich aan de bovenzijde van het blad of de bessen witte, poederachtige schimmelvlekken vormen. De schimmel overwintert in de knoppen of op het oude hout, waar kleine gele of zwarte vlekjes op te zien zijn.

Valse meeldauw (Plasmopara viticola) is ook te herkennen aan gele of  bruine vlekken op het blad, maar hier zit het schimmelpluis aan de onderzijde van het blad. De schimmel overwintert in afgevallen blad en andere resten op de grond. Als het langdurig vochtig weer is, of hard geregend heeft kan de schimmel zich explosief naar boven verspreiden, over de hele plant. Het blad wordt uiteindelijk bruin en verdroogd. Door aangetast en overtollig blad weg te snoeien wordt verdere uitbreiding tegengegaan.

Preventief zou een aftreksel van heermoes de zogenaamde heermoesthee (er zijn meerdere Biologische middelen in de handel te verkrijgen), zorgen voor ontwikkeling van sterker blad. Bij aantasting kan ook bestreden worden met…. Zie hier boven.

lagerstroemia indica 4

 

 

Site Menu

satsuki     

 

 

 

     Site Menu  

bonsai   

 

Neem nu een abonnement!