De Taxuskever/Lapsnuitkever

 

Onderschat dit probleem niet !!

Image0006

 

 

 

 

Het geslacht Otiorrhynchus kent een 1000 tal soorten.

Meerdere Otiorrhynus kunnen voor Rhododendron/Azalea's schadelijk zijn o.a. de O.sulcatus, O.Singularis,O.raucus,O.clapives lugdunensis en O.rugosostriatus. De Otiorrhynchus clapives lugdunensis is eveneens een polyfage soort die meerdere sierstruiken aantast, zodat ook de azalea als waardplant kan verwacht worden.

 

De taxuskever/Lapsnuitkever is een insect dat in de tuinbouw zeer berucht is. De grote van de larven kan onderling per soort nogal verschillen, van 5,5 tot 12 mm. De belangrijkste soort is O.sulcatus(de gegroefde lapsnuitkever) kan meer dan 10 mm groot worden. De taxuskever wordt ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd en vormt vooral in diverse boomkwekerijgewassen en in de Bonsai, waaronder ook de Azalea, een moeilijk te bestrijden plaag. Ook fuchsialiefhebbers in o.a. Nederland en België verspelen veel van hun planten aan de vraatzucht van deze larve. Vooral de larve van de taxuskever/lapsnuitkever kan flink wat schade aanrichten en bestrijding is daarom noodzakelijk.

De taxuskever behoort tot de snuittorren. Deze torren vreten met hun knipkaken aan bladgroen. Voor hun belagers zijn ze goed gepantserd en bij onraad laten ze zich 'schijndood' neervallen.

Van al de soorten lapsnuitkevers krijgen onze planten meestal alleen bezoek van Otiorrhynchus sulcatus, de Gegroefde lapsnuitkever. De zwarte tot bruinzwarte kevers zijn 10 à 12 mm lang. Op de dekschilden bevinden zich kleine gelige vlekjes. Kenmerkend is de typische brede snuit met de twee antennen. Het kevertje is zelden te zien overdag. De 10 tot 12 mm grote roomkleurige larven liggen gekromd (C vorm) tussen de wortels in u bonsai schaal/pot, ze hebben een bruine kop en zijn pootloos.

 

Image0007 Image0008

Schadebeeld van kever en larven

De taxuskever wordt zowel buiten als in kassen aangetroffen en is vooral verzot op houtige gewassen. Het insect, dat een goede loper is en lange afstanden weet al te leggen, duikt zowel op in vaste planten als in potplanten en heesters.Hij kan voorkomen in ondermeer de teelt van fuchsia, azalea, camelia, hortensia maar zeker ook in onze bonsai.

 

 

De taxuskever leeft van bladmoes, dat deze uit de bladranden in de richting van de hoofdnerf weg knaagt. Hierdoor ontstaan langs de bladranden afgeronde vraatgaten.

 

 Vraat taxuskever 2 9kB

De aangevreten bladeren zitten meestal alleen in de onderste helft van de boom.

De vraatsymptomen kunt u gemakkelijk verwarren met de activiteiten van bepaalde rupsen. Maar rupsen vreten ook aan de bladeren van het bovenste deel van de boom. En die vreten soms ook gaten midden in een blad. Hun vraatpatroon ziet er grover uit en ze werken ook wel stukken van de hoofdnerf achter de kiezen.

 

Overdag zult u de kevers nergens in de Bonsai aantreffen. Ze zitten dan weggekropen in de bovenste grondlaag of ze verschuilen zich onder een kluitje.

De beschadigingen, die de keverlarven aanrichten, zijn moeilijker waar te nemen. Dit gebeurt namelijk in het wortelgestel onder de grond. Schade merkt u pas op als een gezonde plant in het voorjaar in korte tijd flets blad krijgt. Daarna gaan de bladeren slap hangen, vergelen en vallen af of hij loopt helemaal niet meer uit. Trekt u maar eens aan een dergelijk kwijnende plant: staat hij los in de pot, dan kunt u hem wel afschrijven, want de larven hebben dan veel van het wortelgestel opgevreten. Maar maakt de larven wel eerst dood voordat u de grond in de vuilnisbak gooit. Nooit de oude grond in u tuin uitstrooien !.

 

Hoe komt deze kever in uw Bonsai schaal.

 

De kever heeft een aantal mogelijkheden om in uw Bonsai schaal te komen. In bosrijke gebieden komt hij vrij in de natuur voor. Haalt u blad voor uw winterberging of strooisel voor uw eigen potgrondmengsel uit het bos, dan haalt u ze ongemerkt in u tuin. Ze kunnen ook binnengehaald worden met nieuwe heesters, die u bij het tuincentrum heeft aangeschaft

 

 

Levenscyclus

 

Hoe voorkomen of verminderen we de schade door de taxuskever in onze verzameling. Daartoe moeten we eerst de levenscyclus van dit beestje goed kennen. Bij de boomkwekers in Boskoop wordt de taxuskever/lapsnuitkever "mobium" genoemd en bij druiven kwekers "druivenhaan" Een 'hem' bestaat eigenlijk niet. Er zijn namelijk alleen maar vrouwtjes en die zijn in staat om zich 'ongeslachtelijk' voort te planten. Voordat ze kever worden, verpoppen ze zich. De taxuskever kent slechts een generatie per jaar.

 

 

 

Hoe ziet het verloop van een dergelijk generatie eruit? Dan gaan we uit van de generatie, die bij u in de tuin of in het vrije veld voorkomt. In uw tuin verschijnen de eerste kevers vanaf eind mei. Vanaf eind juli gaan die kevers eieren leggen. De incubatietijd van de kleine witte eieren bedraagt 25-30 dagen gemiddeld Tot in de tweede helft van september gaan ze daarmee door. Een 'gezonde' kever heeft dan meer dan 600 eieren her en der in de bovenlaag van de grond afgezet. Deze komen gelukkig niet allemaal uit. De eerste larven komen na zo'n 3 weken uit de eieren, zodat er vanaf de eerste helft van augustus tot begin oktober eieren uitkomen. De jonge larven begeven zich naar het wortelgestel van planten. Ze worden naar de wortels gelokt door koolzuurontwikkeling, en doen zich dan te goed aan de jonge haarwortels en de stambast. Na de overwinteringperiode, zo omstreeks maart, is hun vraatzucht het grootst, dan beginnen ze aan de dikkere hoofdwortels, zo kan één larve al snel een plant laten afsterven. De levenscyclus van de Otiorhynchus sulcatus omvat een ei- stadium, zes of zeven larvenstadia, een popstadium en een volwassen stadium. Buiten zijn de eerste volwassen kevers rond mei te zien.Deze zijn ongeveer 7 a 10 mm. lang, hebben een bruinzwarte kleur en vaalgele vlekjes op hun rug. Verder maken de antennen een knik en zijn de dekschilden gegroefd en met het lichaam vergroeid.

 

Vanaf begin juli tot eind oktober worden de kleine, een beetje bolvormige, witte eieren afgezet.Deze worden al snel bruin. Uit de eitjes komen larven met een wit doorschijnend tot soms rozeachtig lijf en een bruinrode kop. Wanneer de larven net zijn uitgekomen, zijn ze ongeveer 1 mm. lang, uiteindelijk worden ze 12 mm. Lang. De larven hebben geen poten en het lichaam is vaak gekromd in een typische C vorm die aangenomen wordt bij verstoring. Het lichaam is bezet met stijve, harde, wit tot lichtbruin gekleurde, kromme haren. De overwintering vindt plaats in het larvenstadium. Zodra het weer wat warmer wordt, komt de larve weer in actie. De volgroeide larven verpoppen zich in het voorjaar in de grondde poppen zijn ook wit tot crème van kleur en zijn 7 a 10 mm. lang.

Buiten in de vrije natuur is er één generatie per jaar. In de kas is de ontwikkeling enigszins anders, de temperatuur is hoger waardoor de levenscyclus korter is.

 

Vreten een aantal larven alleen aan het fijne wortelgestel, dan is een dergelijk plant bij tijdig ontdekken vaak nog te redden. Bomen met vlezige wortels (zoals Ulmus)laten zich moeilijk van kevers ontdoen, omdat ze in gangen van deze dikke wortels verscholen zitten.

 

 

 

 

 

Bestrijding

Wanneer u een taxuskever aantreft, is een snelle bestrijding noodzakelijk. Een enkele kever kan al leiden tot een grote populatie. De overheid verbiedt steeds meer chemische middelen, waardoor het steeds moeilijker wordt om te bestrijden, pas bij de introductie van het chemische bestrijdingsmiddel Admire en Provado (laatstgenoemde is specifiek meer geschikt voor de professionele tuinbouw) kunnen bonsailiefhebbers de taxuskever afdoende bestrijden. Spuiten met Admire. Alle bekende vangmethoden van taxuskevers zijn door dit eenvoudige, en redelijk veilig te verwerken middel niet meer aantrekkelijk. Een groot voordeel bij de verwerking van dit gewasbeschermingsmiddel is de mogelijkheid van verwerking volgens de gietmethode. Een klein afgestreken maatschepje met korreltjes Admire in een maatbeker met 1 liter water doen, goed doorroeren en bij uw planten gieten. In het zomerseizoen nog enkele malen het aangieten herhalen. En ook wittevlieg en bladluizen worden gelijktijdig hiermee dan bestreden.

Onderzoekers werken nog volop aan nieuwe bestrijdingsmiddelen. Hierbij valt te denken aan het lokken van kevers met vallen met geurstoffen of met lokaas dat een bestrijdingsmiddel bevat. Een andere methode die in ontwikkeling is, is het mengen van een schimmel door de grond die larven infecteert. Dit zijn hoopgevende ontwikkelingen, maar vooralsnog zijn deze methode niet rijp voor de praktijk.

Sucon 10 dat vooral werkt tegen de larven van de taxuskever en dat door de grond moet worden gemengd, mag alleen in boomkwekerijgewassen en de vaste -plantenteelt worden ingezet, dus goed te gebruiken voor onze bonsai.

De volwassen taxuskever is niet eenvoudig te bestrijden, omdat ze zich overdag schuil houden. Het is daarom ook aan te raden om chemische middelen in de schemering toe te passen dan worden het beestje pas actief.

De biologische bestrijding met behulp van parasitaire aaltjes is onderzocht en uitgeprobeerd maar uiteindelijk blijkt deze methode voor onze bonsai liefhebbers niet zo geschikt te zijn, onder andere vanwege de lagere temperatuur. De aaltjes kunnen daar namelijk onder 12°C hun werk niet goed doen.

 

Naast de Otiorhynchus sulcatus ( de gegroefde lapsnuitkever )

 

 

 

 

zijn er ook nog enkele andere soorten ,

 

n.l. de Otiorhynchus ovatus (kleine lapsnuitkever )

 

 

 

 

, de Otiorhynchus singularis (gevlekte lapsnuitkever )

 

 

en de

Otiorhynchus rugosostriatus (de cyclamen -lapsnuitkever).

5320010

 

Deze soorten hebben een vrijwel overeenkomstige levenswijze en kunnen alle voor veel schade zorgen .

 

 

Site Menu

satsuki     

 

 

 

     Site Menu  

bonsai   

 

Neem nu een abonnement!