Saikei, het miniatuurlandschap

 

 

Inleiding

 

       Wij kennen allen die oude Chinese scrolls met loodrechte rotsen oprijzend uit nevelige vlakten. Aan zo’n rots klampt zich een “Kengai” of “Han-Kengai” vast. In grote gedeelten van China bestaat die gesteente- en gebergtevorming “in het echt”.

scroll saikei

 

       “Penjing” noemen de Chinezen hun landschap, dat echt bij hun cultuurhistorie hoort.      In de 4e en 6e eeuw na Christus ontvluchtten veel mandarijnen en geleerden het keizerlijke hof, omdat zij er door gekuip, gekonkel en corruptie hun leven niet zeker waren. In het onherbergzame gebergte waren zij onbereikbaar voor zoek- of wraakacties. Zij voegden zich bij de kluizenaars en monniken die zich daar gevestigd hadden om hoog in de bergen dicht bij de energie van het heelal te zijn. Die geestelijken hoopten geïnspireerd te worden beïnvloed door een mix van angst, uitputting en het verblijf in ijle lucht op grote hoogte. Bijna in trans ontwikkelden Taöistische monniken het geloof in “Hsiën” , de Onsterfelijken, medebewoners van het gebergte. De monniken waren uiterst geboeid door hun geheim van onsterfelijkheid, hetgeen in de optiek van ‘n monnik een bescheiden verlenging van het aardse bestaan betekende van pakweg ’n jaar of honderd.

     Juist uit respect voor die Onsterfelijken  hielden Tao-priesters zich zeer intensief  bezig met hun lichaam in relatie tot de natuur. Door diepe rust, vasten en meditatie en ook wel door het nuttigen van allerlei plantextracten slaagden zij er in polsslag en ademhaling te vertragen in de hoop zo hun leven te verlengen. Op oude Chinese prenten ziet u dan ook monniken afgebeeld mediterend bij een kopie van een heilige berg. Het vervaardigen van zo’n rotsminiatuur hoorde bij hun zoektocht naar onsterfelijkheid. Zij legden - samen met de aanwezige kunstenaars en geleerden, de literati – er al hun inspiratie en creativiteit in en de voltooide, kunstzinnige, schitterende exemplaren werden objecten voor meditatie, een schakel tussen goden, natuur en mens.

 

       In de 11e en 12e eeuw introduceerden Chinese boeddhistische monniken de bonsaikunst in Japan en de Japanners, met hun grote liefde voor de natuur, omarmden bonsai van harte. Het Japanse woord “bonsai” wordt nu over de hele wereld gebruikt, terwijl het eigenlijk de Japanse uitspraak is van het Chinese woord “ pensai”. De Chinezen zeggen nu “pen ching” tegen hun bonsai en de namen “penjing” en “saikei”  staan voor landschap. In de historische en culturele ontwikkeling van bonsai speelde het landschap altijd een belangrijke rol; het is dus bijna vanzelfsprekend, dat een “saikei” niet in uw collectie mag ontbreken.

   

 

 

Site Menu

satsuki     

 

 

 

     Site Menu  

bonsai   

 

Neem nu een abonnement!