Bemesten :

 

Bemesten van planten is in principe gebaseerd op wetenschap, maar in de praktijk is het meer een vorm van weten geworden. De wetenschap heeft normen vastgesteld voor azalea’s van mineralen (N,P,K en sporenelementen), maar hoe en wanneer ze aan de plant gegeven moeten worden en in welke hoeveelheden, hangen af van inzicht en ervaring van de kweker/hobbyist zelf.

 

In die kringen is men unaniem van mening dat:

  • Bemesten moet starten net wanneer de knoppen  (geen bloemen) doorkomen in de lente, of net iets eerder.
  • Bemesten moet stoppen als de bloemknoppen beginnen te zwellen; dit om doorgroei van de scheuten te voorkomen; echter, bomen die in de “opbouw fase” zijn, moeten gedurende de gehele bloeiperiode bemest worden.
  • Bemesting moet hervat worden 7 á 10 dagen voor  de boom is uitgebloeid bij gebruik van organische mest (omdat organische mest pas na 10 dagen gaat werken); bij vloeibare mest direct nadat de bloemen zijn verwijderd.
  • Bemesting zou moeten stoppen in juli en augustus om de ontwikkeling van bloemknoppen voor volgend jaar te  bevorderen. Dan wel mesten levert nieuwe blaadjes/takjes die gevormd worden op de uiteinden  van bestaande takjes.
  • Bemesten zou moeten stoppen eind  september in onze regio,( of afhankelijk van de lokaal warmere groeiomstandigheden in oktober/ begin november). Dit geldt zeker voor enkele soorten die de neiging hebben hun stam te splitsen in de winter (dit komt door te lang door te mesten in de winter hetgeen ze gevoelig maakt voor vorst). (Volgende paragraaf meer).

 

Sommige kwekers en ook de schrijver beweren, dat meststoffen zonder ‘nitrogen’ (stikstof) b.v. (0:2:10 van DCM) voordeel hebben als ze in het najaar vanaf eind september worden toegediend; azalea’s zijn dan beter afgehard voor de winter en bloeien rijker in het voorjaar door het hoge kali gehalte. (Wederom afhankelijk van de lokale groeiomstandigheden).

 

Japanse kwekers en ook de schrijver hebben op pijnlijke wijze geleerd dat de bast van sommige soorten de neiging heeft te splijten na late bemesting en geheel of gedeeltelijk kan afsterven. Walter Brainerd heeft in de vertalingen van Rokkaku’s over meer dan 900 soortbeschrijvingen (door Koso Takemoto) gezocht naar soorten die neigen hebben hun bast te splijten bij bemesting na september. De volgende soorten kwamen daar uit:

Gelukkig niet de soorten die bij ons veel voorkomen;

 

 

Ai-no-Tsuki

Akatsuki-no-Zao

Aikoku

Ai-no-Kagayaki

Baihø

Bojo-no-Tsuki

Bunka

Byakuren

Choei Raku

Hana-no-Kagami

Jukøkan

Jukø-no-Homare

Kanuma-no-Hikari

Kashiwa-no-Homare

Kazan

Kimi Maru

Kogane Nishiki

Køgetsu

Køgyoku Hime

Kømei

Shira Fuji

Shugetsu

Suisen

Taikan

Yama-no-Hikari

 

 

                                               

Yata-no-Sai

Yume

 

 

 

 

 

Meststoffen

Vele kwekers, inclusief de schrijver, geloven dat relatief goedkope commerciële meststoffen (b.v.azalea mest van DCM) alle voedingsmiddelen geven die de azalea nodig heeft. Sommige kwekers rouleren nog al eens tussen 3 of 5 van zulke meststoffen: zij beginnen met een minerale meststof, gevolgd door een organische visemulsie, dan weer een andere minerale meststof en zo verder. Minder kwekers staan erop alléén natuurlijke organische meststoffen te gebruiken.  Bij gebruik van organische meststoffen  zijn deze vroeg in het voorjaar niet direct toegankelijk voor de plant omdat de temperatuur dan nog te laag is totdat hun ‘ionische’ status is veranderd door micro-organismen die ‘huizen’ in het ‘groeimedium’ en deze micro-organismen gaan pas werken bij een wat hogere temperatuur.

Conclusie ; geef vroeg in het voorjaar bij de eerste mestbeurten een gemakkelijker opneembare, vloeibare meststof  (b.v. DCM vloeibare mest)

 

Timing en dosering van toepassingen van meststoffen lopen zeer uiteen. De meeste kwekers gebruiken zogenaamde normale verdunningen en geven dat tweewekelijks of maandelijks. Aan de andere extreme kant, zijn er kwekers die dagelijks of om de dag zeer sterke verdunningen geven.

 

Meststoffen toedienen

De meeste kwekers geven  vloeibare  meststoffen op de oppervlakte van het wortelbed/de schaal met een plantenspuit. Vaak worden meststoffen die in water oplosbaar zijn zowel aangebracht op het ‘groeimedium’ als ook op de bladeren, omdat men gelooft dat de voedingsstoffen ook door het bladoppervlak kunnen worden opgenomen. Voor een discussie over bladvoeding, zie de volgende subsectie.

 

Lang werkende meststoffen in de vorm van korreltjes, balletjes of kleine koekjes kunnen over de oppervlakte van het groeimedium verdeeld worden. De elementen die deze korreltjes bevatten, zullen met water geven langs de wortels en dergelijke in de grond wegsijpelen. Deze methode heeft vele voordelen: het is eenvoudig, de meststoffen komen geleidelijk vrij en  kunnen naar behoefte worden opgenomen. Echter, het heeft ook een (groot )nadeel:namelijk vervuiling en aankoeken van de oppervlakte van het groeimedium. Licht inwerken voorkomt dat. Je kan die mest ook bij het verpotten door het grondmengsel mengen; dit werkt heel goed zeker bij organische mest en bij planten in het opkweekstadium. Organische mest gaat toch pas na 10 dagen werken

 

Het verpakken van meststoffen in theezakjes en plastic bekertjes met gaatjes voorkomt de ‘rommel’ (maar is weer een lelijk gezicht)die droge meststoffen veroorzaken op de oppervlakte van een groeimedium.  ( Noot van de schrijver:Oriëntaalse winkeltjes verkopen vaak hervulbare thee zakjes; ook in de betere koffie en theezaak verkrijgbaar). Verpak de meststof van je keuze erin en geef het waar en wanneer nodig. Handig bij showbomen en tijdens de bloei; dan mogen ze immers ook geen mest. Na gebruik kun je de zakjes legen, schoonmaken en hergebruiken.

 

Voeden via het blad

Voeden via het blad wordt gedaan door veel, misschien wel de meeste, kwekers van Satsuki azalea’s die vloeibare meststoffen gebruiken. Wanneer de oppervlakte van het groeimedium besproeid wordt, vinden ze het simpelweg makkelijk om ook de kroon van de plant te besproeien. Vloeibare meststofoplossingen die in normale concentraties op de juiste wijze worden gebruikt op de plant, zullen het blad niet verbranden.

 

Voeden via het blad met ijzer als een microvoedingsstof heeft laten zien dat het ‘chlorosis’  (zie hier onder)verlicht. Echter critici beweren en terecht: Je hebt er niet voor gezorgd dat de oplossing in de grond door de wortels kan worden opgenomen.(te hoge Ph) En dus, is er  verwarring over de effecten van opname via de wortels en opname via het blad.

Artikelen die gepubliceerd zijn in de jaarlijkse uitgave van de Australische  Rhododendron Society ,‘The Rhododendron’, bevestigen wetenschappelijk bewijs voor effectieve voeding via het blad en de werkzaamheid er van, speciaal bij het voeden van Rhododendrons.

 

Chlorosis is een aandoening waarbij het produceren van chlorofyl onvoldoenden is.As chlorophyll is responsible for the green colour of leaves, chlorotic leaves are pale, yellow, or yellow-white. Chlorofyl is verantwoordelijk voor de groene kleur van het blad, de getroffen plant heeft weinig of geen vermogen voor de productie van koolhydraten door fotosynthese en kunnen sterven, tenzij de oorzaak van zijn chlorofyl insufficiëntie is behandeld;

Specifieke tekortkomingen (vaak verergerd door de  hoge Ph van het grondmedium; die moet zijn tussen de 4,5 en 5,5) bij de productie van chlorose, kunnen worden gecorrigeerd door aanvullende voeding  van ijzer, magnesium of stikstof verbindingen, uiteraard in verschillende combinaties. Chlorosis  kan ook veroorzaakt worden door herbiciden(onkruid bestrijdingsmiddelen).

 

 “Voeden via het blad is te gebruiken wanneer niet via de aarde gevoed kan worden vanwege Ph-problemen. De ontbrekende voedingsstoffen zoals ijzer en zink, kunnen wel aanwezig zijn in de aarde van de plant, maar de plant kan deze niet opnemen vanwege deze Ph-problemen. In deze gevallen kunnen ijzer en zink opgenomen worden door de plant via de bladeren om zo het probleem op te lossen.

 

Er lijken veel voorstanders te zijn. … Fabrikanten van meststoffen grijpen dit aan en beweren dat een groeirespons versneld kan worden door zowel voeding via de aarde als via het blad te geven. Zij zeggen ook dat vroege groei in de lente beperkt wordt door koude aarde, ook al is de lucht warm.

Onder dergelijke omstandigheden zijn micro-organismen in de aarde niet actief en zijn dus niet in staat voedingsstoffen om te zetten in een vorm die de wortels  kunnen opnemen. Maar, als de voedingsstoffen aanwezig zijn, zal pas in de juiste omstandigheden de plant wel groeien. Bij  een voedende spray (b.v.Algospeed) op de bladeren weet je zeker dat de plant onmiddellijk de benodigde voedingsstoffen krijgt. Dit zorgt ervoor dat de plant al kan gaan groeien, voordat de wortels in staat zijn voedingsstoffen uit de aarde op te nemen.”

 

Site Menu

satsuki     

 

 

 

     Site Menu  

bonsai   

 

Neem nu een abonnement!